vrije-vluchtWaarom zou je een vogel wel of juist niet moeten kortwieken?

Het begrip kortwieken wordt vaak gehoord in kringen waar het houden van een papegaai of parkiet populair is. Het lijkt ondertussen onlosmakelijk verbonden hiermee. Dat is jammer, want er valt veel meer over te zeggen. Vliegen is voor een vogel veel meer dan een mogelijkheid om zich te verplaatsen. Het is ook het meest elementaire veiligheids- mechaniek van elke papegaai en parkiet. Weg kunnen vliegen bij dreigend gevaar is een reflex en geen bewuste handeling van een vogel. Vergelijk het maar met wat er gebeurd als je per ongeluk een kokend heet voorwerp oppakt. Je gaat niet staan na denken wat je nu eens zal doen, maar trekt onmiddellijk je hand weg van het hete voorwerp.

Ontneem je een vogel het vermogen om te vliegen dan ontneem je hem dus het meest elementaire veiligheids- mechaniek. De angst die het dier heeft in een bepaalde situatie, waardoor hij normaal gesproken weg zou vliegen, wordt nu vermenigvuldigd doordat hij juist niet kan wegvliegen. Nu heeft hij minstens 2 problemen: er dreigt gevaar en hij kan zich niet in veiligheid brengen. Zowel een papegaai als een parkiet zijn beiden prooidieren. Het zijn dus geen rovers die heersen in een bepaald gebied, maar dienen eerder zelf als voedsel voor roofdieren. Dit moet iets zeggen over hoe belangrijk het is voor een papegaai en parkiet om zich snel in veiligheid te kunnen brengen!

Nemen wij als mensen eenmaal het besluit een bepaalde vogel als huisdier te houden, zelf zal hij daar zelden voor kiezen, dan zijn wij dus ook verantwoordelijk voor het welzijn van het dier. Een van de aspecten daarvan is dat het dier voldoende moet kunnen vliegen. Alleen al het ‘zich vogel kunnen voelen’ draagt bij aan een gezond en gebalanceerd gedrag. Ook als huisdier hebben ze dat nodig!

Daarnaast kun je een vogel in een kooi vergelijken met een obesitas patiënt. Je woont naast de Mc Donalds en wordt continue op je wenken bediend. Vervolgens zit je lekker op je stok te kijken naar wat er rondom je kooi gebeurd, ofwel je komt thuis van de Mac en gaat onderuitgezakt op de bank liggen TV kijken. En dat dan 24/7 week in, week uit. De vraag is niet of dat goed gaat, maar wanneer het fout gaat.

Er is een verschil tussen kortwieken en inknippen. Een papegaai of parkiet die op de juiste manier los in huis wordt gehouden kan soms een gevaar voor zichzelf zijn. Dit leert gewoon de praktijk. Soms hebben wij jonge vogels die in huis worden gesocialiseerd die zo enthousiast hun eerste vluchten maken dat ze gevaar lopen zich te pletter te vliegen. Dat risico bestaat nu eenmaal eerder in een kleine ruimte zoals een huiskamer dan in de vrije natuur. Het eerste wat een jonge vogel leert, is flapperen met de vleugels, terwijl hij zich vastklemt aan een stok waarop hij zit ( staat dus eigenlijk). Dit harde wapperen met de vleugels is om de spieren te trainen. Ze moeten sterk genoeg zijn voordat ze los komen van de grond. Vliegen kost ontzettend veel energie. Het is niet voor niets dat het lichaam van een vogel super gestroomlijnd is en dat hun longen de ingeademde lucht 2 maal ‘fileren’ op zuurstof. Zoogdieren ademen in en uit. Een vogel ademt in, de lucht gaat 2 maal door de longen en ademt dan pas uit. Ze halen dus meer zuurstof uit de lucht, omdat ze veel energie moeten verbruiken met vliegen. Dit bespaart ook energie tijdens het vliegen waar ze al hun kracht nodig hebben om in de lucht te blijven en vooruit te komen.

Na de ‘wapper fase’ is de volgende stap dat ze ‘opeens’ los komen van de grond. Schitterend om te zien elke keer wanneer een jonge vogel voor het eerst los komt!
Meestal schrikken ze er zo van dat ze meteen weer neerploffen, maar er zijn er ook die meteen door het dolle heen zijn van de ontdekking dat ze kunnen vliegen.

Ze leren dus eerst op te stijgen, los te komen. Sturen is er dan nog nauwelijks bij. Dit gebeurd vooral met de staart en ook dat moet grotendeels geleerd worden. Echter wanneer jonge vogels die opgroeien in gevangenschap en tot huisdier worden gesocialiseerd, zoals bij ons, dan hebben ze niet de ‘oefenruimte’ die ze in de natuur zouden hebben. Juist omdat het ‘sturen’ na het opstijgen komt, bestaat het gevaar dat ze zich in hun enthousiasme van de eerste vluchten verwonden aan obstakels in een huiskamer. Het kan ook erger, wanneer een net uitgevlogen jong in de lucht op snelheid komt en vervolgens met grote vaart tegen een raam klapt dat hij niet zag. Een gebroken nek kan het resultaat zijn en dat betekend einde vogel.

kortwieken of inknippenDit hele proces duurt soms maar een dag, soms enkele dagen en lijkt toch razend snel te gaan in onze ogen. Kleine dieren ontwikkelen zich nu eenmaal sneller dan grotere, maar ook in 1 dag kan een fatale botsing plaatsvinden.

Constateren wij dat een vogel dit soort ‘overenthousiaste’ gedrag blijft vertonen gedurende de eerste vlieg dagen en ondanks alle veiligheids- maatregelen in de woonkamer, dan knippen we enkele slagpennen in. De uiteinden van beide vleugels worden dan slechts een vinger dikte afgeknipt. Hierdoor ontstaat minder draagkracht op de vleugels. Het is een klein verschil met de volle draagkracht, maar net genoeg om meer slagen te moeten maken om dezelfde afstand af te kunnen leggen. Hierdoor heeft de vogel dus meer tijd om te leren sturen en zal zich niet snel meer te pletter vliegen tegen muren, ramen, deuren of andere obstakels.

Dit heeft eigenlijk niets te maken met het kortwieken waarover altijd in bepaalde kringen en dierenwinkels wordt gesproken. Daar doelt men op het lam maken van een vogel, zodat hij helemaal niet of nauwelijks meer kan vliegen. Dit is een grote misvatting en veroorzaakt uiteindelijk het tegenovergestelde effect zoals nu hopelijk duidelijk is geworden.